shopify site analytics

Share This Post

Beurs

Visie op de Financiële markten

Wereldwijde Economie
trumpVan de veelbelovende maatregelen van president Trump om de Amerikaanse economie een flinke impuls te geven, is maar weinig terecht gekomen. Zelfs het voorstel om Obamacare te vervangen, is nog niet door het Amerikaanse Congres gekomen. Van het enthousiasme over Trumps presidentschap op de beurzen is niets meer te merken. Dat wil niet zeggen dat het economisch tegen zit met de
wereldeconomie. Die draait veel beter dan we in afgelopen jaren hebben gezien. Zo laat het producentenvertrouwen in grote delen van de wereld nog altijd een sterk beeld zien. In vergelijking met de stand van de vertrouwensindex van Markit aan het eind van het eerste kwartaal, is de index per saldo stabiel gebleven in het tweede kwartaal. In de eurozone trekt het al hoge vertrouwensniveau nog verder aan, terwijl in India en Brazilië sprake was van een terugval. Per saldo daalde het producentenvertrouwen licht van 53 in maart naar 52,6 in juni, hetzelfde niveau als in mei.

Het bewijst dat het herstel van het vertrouwen in de economie weinig van doen heeft met de verkiezingsoverwinning van Trump. Aan zorgen in het tweede kwartaal was er echter geen gebrek.
Zo waren er vooral zorgen over de dalende olieprijs. De olieprijs bereikte in juni een niveau dat ruim 20% lager was dan in januari van dit jaar. De seizoensgebonden zwakke vraag en
vooral de hoge (schalieolie)productie in de VS zijn de oorzaak. De vergelijking met begin 2016 werd snel gemaakt. Ook toen deed de olieprijs de stemming geen goed. Die gleed toen weg
naar een niveau van $ 25 per vat. Op dat niveau zouden verschillende schalieolieproducenten in de financiële problemen komen. Zo ver is het nu niet, de olieprijs is van het laagste niveau in de tweede helft van juni alweer met 11% gestegen.

Met een aantrekkende arbeidsvraag, lage rentelasten, aantrekkende concumentenbestedingen en investeringen blijft het vooruitzicht voor een synchroon herstel van de wereldeconomie goed.

dollar lostBeleggingsmix
Het tweede kwartaal was per saldo negatief voor aandelen. De aandelenwereldindex daalde in euro met 2,2%. Niet alleen vanwege zorgen over de ontwikkeling van de olieprijs, maar ook
vanwege onduidelijkheden in de communicatie van centrale bankiers. Dat drukte ook obligatiekoersen van Europese obligaties, die in juni met 0,5% in waarde daalden. Per saldo was
het tweede kwartaal goed voor obligaties. Die lieten een plus zien van 0,4%. Op de valreep van het tweede kwartaal zorgde de communicatie van centrale bankiers voor de nodige volailiteit op de financiële markten. Zo liet ECB president Mario Draghi doorschemeren dat het goed gaat met de economie van de eurozone en dat daardoor bijstelling van het beleid wellicht noodzakelijk is.
Daarbij werd wel benadrukt dat het monetaire beleid lange tijd soepel zal blijven. Daarop stegen de rentes voor de eurolidstaten: in Duitsland van circa 25 basispunten naar bijna
50. Van de Fed was deze houding bekend, van andere centrale bankiers niet. De dollar verloor dan ook aan waarde. De vraag is nu of er daadwerkelijk wat veranderd is in de beleidsintenties van de centrale banken. Zowel de feitelijke inflatie als de inflatieverwachtingen in de markt zijn juist gedaald. En met een gedaalde olieprijs en de gemiddelde loonkosten die
niet snel zullen stijgen – onder meer door globalisering en robotisering – is er weinig aanleiding om het beleid snel te verkrappen. Dat het opkoopprogramma van de ECB in 2018
wordt afgebouwd, behoorde al tot de verwachting.

En een negatieve beleidsrente bij een aantrekkende economie is te extreem. In feite is er dus niets nieuws gezegd. De eerste reactie van aandelenbeleggers was te begrijpen, maar desalniettemin was het wel overtrokken. Want het onderliggende momentum van de wereldeconomie blijft goed, en het beleid van centrale banken blijft ver van stringent. Voor beleggers die vooral de voorkeur geven aan obligaties is de geringe stijging van de rente en de daarbijbehorende koersverliezen een les voor wat er aan te komen staat. Vroeg of laat zal het ECB beleid normaliseren, en dat betekent – gezien de lage couponrendementen – geregeld periodes met negatieve totaalrendementen.

oil-rigs

Olieprijzen zijn de afgelopen maanden flink gedaald, wat gaan ze de komende tijd to doen, blijft de vraag!

Aandelenmarkt en Forex markt visie
Bij passief beleggen gaat het in de eerste plaats om het laag houden van de kosten. De beheerkosten alleen vormen geen goede afspiegeling van de werkelijke kosten. Die beheerkosten
kunnen laag zijn omdat voor een indexfonds of etf geen dure fondsbeheerder met analistenteam nodig is. Men probeert zo goed mogelijk de index te volgen en in het geval van fysieke
replicatie belegt de etf in dezelfde namen als in de index, waarbij het gewicht ook gelijk is aan de weging in de index. Omdat er ook allerlei indirecte kosten worden gemaakt buiten de directe beheervergoeding, wordt naast de beheervergoeding ook de total expense ratio (TER) of tegenwoordig de lopende kostenfactor gepubliceerd. Nu zijn de daadwerkelijke kosten van
een indexbelegging eenvoudig te bepalen, namelijk alle factoren die zorgen voor een tracking difference, het verschil in rendement tussen de indexbelegging en de index. Dan komen
ook kosten in beeld die niet worden meegenomen in de totale expense ratio of lopende kosten factor. Dat is bijvoorbeeld het rendementsverlies omdat er kas aangehouden moet worden,
iets dat overigens vooral speelt bij actieve fondsen. Door de verlaging van de beheerkosten kwam ook de terugvorderbaarheid van de dividendbelasting in beeld. Als dat goed wordt geregeld kan een kostenbesparing worden bereikt die hoger ligt dan de beheervergoeding of zelfs de lopende kostenfactor. Een complexe kostenfactor zijn de kosten van securities lending, ook omdat hier inkomsten tegenover staan.

Maar met die inkomsten komt in de vorm van tegenpartijrisico wel een extra bron van risico in beeld. De volgende kostenuitdaging zijn de kosten die de indexleverancier zelf in
rekening brengt. Vaak wordt dit tarief geheven over het in de index belegde vermogen. De markt voor indices is verdeeld tussen enkele grote partijen (S&P, FTSE en MSCI) en dat werkt
niet bevorderend voor de concurrentie. In 2016 verdiende S&P met deze licentie-inkomsten $ 639 miljoen, MSCI $ 613,6 miljoen en FTSE $ 530 miljoen. Dat is dus bijna omgerekend 1,5 miljard
euro die ten koste gaat van het rendement voor beleggers. In de Verenigde Staten maakt Vanguard al gebruik van CRSP, voortkomend uit de universiteit van Chicago. Internationaal
wordt de roep groter om een vergelijkbare leverancier van indexgegevens. Die moet voldoen aan verschillende eisen op het gebied van onafhankelijkheid en continuïteit en daarom is
vrijwel zeker samenwerking vereist tussen de aanbieders van indexproducten. Die worden door de bestaande toeleveranciers geprikkeld om vooral klant te blijven, een gevaarlijk combinatie
wetende dat de aanbieders niet zelf voor de kosten hoeven op te draaien. De oplossing ligt veel meer in een coöperatieve samenwerking aan de inkoopkant. Gezien de extreme
kostenfocus bij indexbeleggen lijkt dat een kwestie van tijd. Daarvan profiteren overigens ook de actieve fondsen in de vorm van lagere indexlicentiekosten.

Share This Post

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lost Password

Register

Advertisment ad adsense adlogger