Re: Sail Piraten! Sail 2010 was reinste horror
Maarten Hesselt van Dinter,
Wat kleinere bootjes tijdens Sail in Amsterdam moesten doorstaan in de schaduw van de zeewaardige schepen: ‘Het ijzeren anker van de schoener stak vervaarlijk uit en dreigde onze vrouwelijke gast te onthoofden.’
Sail is voorbij – Poseidonzijdank.
In het Journaal repte de directeur van Sail van een ‘geslaagd evenement’ met ‘weinig incidenten’.
De beste stuurlui staan zoals bekend aan wal. Vermoedelijk stond de directeur daar ook. Tijdens het spitsuur was het op de kade namelijk dusdanig druk dat bezoekers weinig konden zien van de Tallships, zeker de kinderen niet.
Het water bood een veel beter uitzicht. Bijvoorbeeld op wat de bevolking van kleinere bootjes moest doorstaan om de IJhaven te bereiken. De Tallships lagen in de IJhaven voorbij de Jan Schaeferbrug, waarvan het middenstuk was gelicht. Reusachtige partyships, gecharterde zeesleepboten, vissersschepen, clippers, tjalken en schoeners werden samen met de kleine pleziervaartuigjes door deze opening geperst. Al gauw kreeg deze passage de bijnaam de Trechter.
Janken
Op dit kleine stukje IJ heb ik volwassen kerels zien janken, moeders om hulp horen roepen en kinderen in hun broek zien plassen. Ikzelf ben tijdens m’n laveertochten door dit minieme stukje IJ in vier dagen tijds een stuk grijzer en vijf kilo lichter geworden. Het was je reinste horror…
Zaterdag nodigde ik een bevriend echtpaar uit, net als ik landrotten. Ze hadden een zware tijd achter de rug en een rustiek middagje Sail zou ze goed doen – dacht ik. Maar helaas, de ervaring van die middag heeft hun persoonlijke leed van het afgelopen jaar ruimschoots overtroffen.
Dat ging zo: bij de brug onder de Ruyterkade begon de drukte en werd het een precisiewerkje om in te voegen. ‘Is dat nou die Trechter’, vroeg de kleinste mij. Gekscherend zei ik dat dit nog niks was vergeleken met wat er komen zou. Hij is een fan van films in het hak-, snij- en doodschrikgenre en ik beloofde hem: nu ga je eens wat meemaken.
Ik had niets te veel gezegd. Recht voor ons op het IJ lag een armada van kleine en grote schepen die traag op de Javabrug afstoomde. Aangesloten in deze file naderden we de eerste gevaarlijke bottleneck, een versmalling bij het terras van het Muziekgebouw aan het IJ.
Terwijl de kleinere bootjes deze horde nog eenvoudig konden nemen, stuurden de grotere schepen resoluut naar links – zonder op de pleziervaartuigjes te letten. De eerste paniek sloeg toe en een hoop gekanker van schippers vermengde zich met het motorgeronk van corrigerende manoeuvres.
Horde
Zo begon het. Want toen deze horde eenmaal genomen was, dreven we mee richting Trechter. In de verte doemde deze brug des doods op, enigszins verborgen achter een wirwar van hoge masten – net een spelletje mikado. Van plezier was geen sprake meer.
Ik heb volwassen kerels zien janken en moeders om hulp horen roepen Hoe dichter je de Trechter naderde, des te drukker het werd, totdat alles compleet vastlag. Niemand kon nog voor of achteruit.
In een auto is dat geen probleem, maar op een schip duwt elke zuchtje wind of golfje tegen je aan. Mijn passagiers raakten al lichtelijk in paniek, terwijl het ergste nog moest komen. Ik verhulde mijn onrust zo goed en kwaad als het kon, maar het zweet stond al in m’n handen.
Dichtbij de Trechter werd de situatie nijpender. De grotere schepen die niet goed voor de ingang lagen, moesten achteruit. Kleine bootjes die net achter hen lagen, probeerden de reusachtige roeren angstvallig te vermijden. Sommigen werden een speelbal van de draaikolken die de boegschroeven veroorzaakten.
Links
Om de chaos te vermijden, stuurde ik m’n boot naar links. Een grote schoener naast ons gaf net een dot gas, waardoor het enorme gevaarte akelig dichtbij kwam. De punt doorkliefde de lucht boven ons, duizelingwekkend – alsof je van onderaf tegen een wolkenkrabber aankijkt.
Het ijzeren anker van het schip stak vervaarlijk uit en dreigde onze vrouwelijke gast te onthoofden. Mijn vriendin zag het gevaar net op tijd en ze gooide haar hard voorover met het hoofd tegen het stuur. Het vooruitstekende anker raakte nu het topje van mijn roer waardoor mijn sloep zich om de boeg van de schoener schaarde. Het ergste scenario dat ik kon bedenken, was nu realiteit geworden; We lagen in tegengestelde richting.
Een opvarende van de schoener gooide een boei ter grootte van een skippybal tussen ons en het schip, om verdere beschadigingen aan z’n anker te voorkomen. De enorme zware bal raakte de kleine horrorliefhebber bij ons; hij ging even knock-out.
Verstijfd
Zijn vader zat verstijfd voorin en durfde niet meer te bewegen. Van paniek op het water was allang geen sprake meer, doodsverachting is een beter woord. Rechts van mij schreeuwde een vrouw, wier bootje werd samengeperst, naar een vent op een clipper: ‘Ik maak je dood, ik heb hier twee kinderen aan boord.’ Het was aan dovemansoren gericht.
Onze boot lag nog steeds achterstevoren. Gelukkig pakte m’n vriendin de zijkant van een rondvaartboot en trok onze boot er tegenaan. Zo konden we meedrijven door het gat. Bij de Trechter aangekomen, sneed een andere Moloch ons van opzij, waardoor onze boot in al zijn voegen kraakte. Maar ach, daar maalden we toen niet meer om.
Alle commotie was mijn zes maanden zwangere vriendin wel wat veel geworden. Ze was duizelig en moest nodig naar de wc. Het zichtbaar rustige VIP-paviljoen van kabelbedrijf Draka bood ruimte om aan te leggen. Maar drie kabelaars met opgespelde naambordjes stuurden ons resoluut weg.
Sail is voorbij, de sloep 10 cm smaller, maar ik had het voor geen goud willen missen. Over vijf jaar ben ik er gewoon weer bij.
Maarten Hesselt van Dinter is antropoloog en ondernemer. |