
Ik zit al ruim een maand in het land van de onbegrensde mogelijkheden, ofwel het land van het uberkapitalisme. Dat inspireerde me om een artikel te schrijven over het kapitalisme en het ontstaan daarvan.
Zoals de meeste mensen weten was er in de prehistorie uiteindelijk een complex economisch systeem geevolueerd waarbij mensen elkaar “betaalden” met werk, spullen en vee. Er is niet echt een uniforme en rechtlijnige manier waarop dit systeem ontstaan is, er zijn zelfs vele systemen geprobeerd, maar uiteindelijk bleek het systeem met een overheersende elite en een grote onderdrukte bevolking het meest succesvol. Dit zie je dan ook over de hele wereld in “early times”.
Tot de 16de eeuw zorgden mensen voor zichzelf: Het eten kwam van het land en de dieren en er moest worden afgestaan aan de landheer. Minder dan 10% van de mensen woonde in steden. Deze ambachtslieden kregen de middelen voor hun bestaan van de landheer, en niet echt een loon zoals wij dat kennen. De adel bevocht elkaar, om er voor te zorgen dat ze genoeg boeren onder zich hadden om veel te verdienen.
Iets later kwam het kolonialisme op. Het systeem zoals we dit uit de geschiedenisboekjes kennen. We varen naar een land waar ze nog nooit blanken gezien hebben. Leggen uit dat we goden zijn en dat ze hun eten, slaven en land beschikbaar moeten stellen. Business is good! In het geval van Amerika, dan kolonie van Engeland hadden ze het nog iets slimmer voor elkaar. Grondstoffen gingen direct naar Engeland en Amerika was verplicht eindproducten direct weer terug te kopen. Dit zorgde ervoor dat er geen handel met andere landen mogelijk was. Business is VERY good.
Natuurlijk kon dit niet lang goed gaan. Adam Smith was de gene die zich voor het eerst realiseerde dat dit systeem de wereld tegenhield, zijn ideen over de vrije markt en handel zorgden ervoor dat de wereld meer open begon te staan voor kapitalisme zoals we dat nu kennen.
Ondertussen werd er in ons eigen landje ook hard aan de weg getimmerd. De VOC het eerste bedrijf ter wereld wat aandelen uitgaf. Dit is een belangrijk onderdeel van kapitalisme, want het zorgt er voor dat er voor het eerst een systeem mogelijk was waar niet alleen de elite van profiteerde.
De ideen van Smith kwamen precies op tijd: De industriele revolutie was gaande. De elite in Europa begon zich te realiseren dat het kolonialisme op zijn einde begon te lopen en stortte zich volledig op de nieuwe goudmijn: De fabrieken van machines voorzien, zodat er MEER gemaakt kon worden. Deze fabrieken waren minder en minder afhankelijk van de lokatie (zoals bij een stromend water er was immers electriciteit) en konden bij elkaar worden gebouwd. Zo ontstonden de eerste grote steden, met arbeiders die vlakbij de fabriek konden wonen.
De grote industriele bazen waren de eerste in de geschiedenis die “selfmade” rijk konden worden. Tot dan toe was iemand die rijk was, altijd rijk geboren. Dit zorgde voor een verandering in het denken van mensen. Iemand die arm geboren was, kon immers voor het eerst in de geschiedenis rijk worden!
Natuurlijk wilde dit “nieuwe geld” MEER! Voor het eerst was het aantrekkelijk om ook de gewone man MEER te geven. Helemaal toen werknemers vakbonden begonnen te vormen begon het systeem volwassen te worden. Doordat de goederen in de fabriek met massaproductie gemaakt werden, waren ze ook voor deze gewone man betaalbaar en dat verbeterde de levensstandaard van deze mensen.
Al met al begint het steeds meer op het systeem te lijken zoals we dat nu hebben. Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw begon het zelfs steeds interessanter te worden om de werknemers op te leiden. Dit zorgde voor een steeds groter wordende middenklasse. In Amerika is op dit moment nog steeds het meest pure kapitalisme te zien. Bijna alles wordt gereguleerd door de vrije markt, met een minimum aan overheidsbemoeienis....
...maar of dat nou zo goed is
Tot zo ver de geschiedenisles!