In 1986 voerde het Amerikaanse The Enonomist half gekscherend, half serieus, de Big Mac index in. In dit artikel bespreek ik het doel, de redenatie erachter, en de onderliggende gedachten van deze maatstaaf. Uiteindelijk komen we er achter dat alles niet zo mooi werkt als de theorie voorschrijft, maar desondanks is het een interessante les economie.
Het idee achter de BMI (in dit geval dus op een compleet andere manier gerelateerd aan je gewicht) is simpel: Er wordt gekeken wat een Big Mac kost in een bepaald land, dit wordt vergeleken met wat deze kost in een ander land. Op die manier is we wat te zeggen over de verhoudingen van de valuta in deze landen. Er is gekozen voor deze hamburger, omdat hij verkocht wordt in meer dan 120 verschillende landen. Voor bijna elke valuta in de wereld is het daarom mogelijk een BMI analyse te maken om te kijken of de ene muntsoort over- of ondergewaardeerd is t.o.v. een andere.
Even wat eerstejaars economie:
Een vergelijking (of eigenlijk het bijbehorende evenwicht) zoals bij de BMI noemt men koopkrachtpariteit.
Even wat middelbareschool wiskunde:
Om koopkrachtpariteit uit te kunnen rekenen gebruik je de berekening hieronder. Natuurlijk kun je deze formule voor allerlei producten gebruiken. De Big Mac is slechts gekozen omdat hij bijna overal verkocht wordt.
- Vind de Big Mac prijs in een land in de locale currency. Bijvoorbeeld 4 pond.
- Vind de Big Mac prijs in USD (in de US). Bijvoorbeeld 3 dollar.
- De koopkrachtpariteit is 4 pond / 3 dollar = 1.3332
- Als nu de koopkrachtpariteit afwijkt van de huidige koers GBPUSD, zegt dit iets over de lange termijnrichting van de koers!
Het concept dat hier achter zit is simpel, in theorie: Op de lange termijn moeten prijzen overal gelijk trekken. (Om arbitrage te voorkomen, zie uitleg hieronder)
Want er is een probleem: Practisch en op de korte termijn kun je hier lastig succesvolle trades uithalen. Op de korte termijn is er geen reden om aan te nemen dat prijzen gelijk moeten komen (of: koopkrachtpariteit bereikt moet worden). Bijvoorbeeld omdat een land expres haar muntsoort onderwaardeerd, om de export te bevorderen. Hier zie je direct waarom de BMI zou moeten gaan: In zulke landen wordt het dus slim om Big Macs te gaan exporteren, om deze in een ander land te verkopen. Natuurlijk zal dit met hamburgers lastig gaan, maar wat voor de Big Mac geld, geldt ook voor andere producten over het algemeen.
Natuurlijk zijn er allerlei factoren die ervoor zorgen dat de BMI in de weg gezeten wordt. Als de hamburgerbakkers in een bepaald land enorm goedkoop zijn in uurloon, dan zal dit zijn weerslag vinden in de prijs van de Big Mac. Maar ook complexere dingen als protectionisme hebben invloed en voorkomen het bereiken van de pariteit.
Al met al is de BMI dus vooral geschikt om een algemene analyse van de koopkracht in een bepaald land te maken. Ondanks de populariteit zijn er te veel randvoorwaarden om met de BMI alleen een echt waardeoordeel te geven over de wisselkoers.
Als je een vergelijking wilt maken met de BMI is het vooral zaak te verglijken tussen vergelijkbare landen. De moedwillige onderwaardering van een valuta door een land heeft erg veel invloed. Vergelijk daarom nooit ontwikkelingslanden met westerse industrielanden, of emerging markets met landen op hun retour. Het monetaire beleid kan daar zodanig verschillen dat McDonalds gedwongen is een andere prijs voor haar paradepaardje te kiezen.
Kortom: De Big Mac is toch echt vooral om te eten.
De BMI kun je hier vinden: FXBigMac - World economics based on the hamburger standard Een artikel dat Koopkrachtpariteit, BMI en bijbehordende arbitragemogelijkheden uitlegt (engels), daarnaast wordt er uitgebreider ingegaan op de problemen met de BMI Hamburger Economics: The Big Mac Index