Staatsschuld stijgt vrolijk door
Zou Merkel in 2011 vol trots weten te melden dat het begrotingstekort met een procent is teruggebracht naar 4% van het BBP, dan groeit de staatsschuld vrolijk met nog eens 98
miljard euro naar minimaal 1982 miljard euro. Zou Merkel een jaar later in 2012 vol trots weten te melden dat het begrotingstekort met nog een procent is teruggebracht naar 3% van het BBP, dan groeit de staatsschuld vrolijk met nog eens 73 miljard euro naar minimaal 2055 miljard euro.
De Duitse staatsschuld stijgt dus vrolijk door, terwijl die hoognodig omlaag moet.
Ditzelfde geldt in nog sterkere mate voor de overige landen in de Eurozone, en in nog véél sterkere mate voor Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
Banken in de problemen
Dan moeten we het nog even over Duitse banken hebben. Veel Europese banken, dus ook
Duitse, hebben nog steeds een pak ellende op hun balans staan, die ze eigenlijk al in 2009 hadden moeten afschrijven, dus als verloren hadden moeten beschouwen. Ze moeten daarop vroeg of laat dus nog grote afschrijvingen doen. Zouden ze vandaag schoon schip maken en die afschrijvingen doen, dan moeten ze direct weer om hulp roepen bij de overheid. Daarom proberen ze zoveel mogelijk tijd te rekken.
Sinds het opspelen van het probleem Griekenland is daar echter nog een probleem
bijgekomen. Beleggingen in diverse Europese staatsobligaties, ofwel leningen aan diverse overheden.
Duitse banken hebben in totaal de volgende bedragen uitstaan in
staatsobligaties, dus uitgeleend aan overheden:
Griekenland 38 miljard euro
Ierland 153 miljard euro
Spanje 198 miljard euro
Portugal 39 miljard euro
Italië 158 miljard euro
Ik weet niet hoe u dit ziet, maar ik wordt behoorlijk nerveus als ik enerzijds kijk naar de
ronduit zwakke Duitse staatsfinanciën, ik mij daarbij realiseer dat dit de sterkste economie van Europa is, en als ik vervolgens kijk naar de bedragen die de Duitse bankensector heeft uitstaan in de zwakste landen van de Eurozone.
Als we ons vervolgens realiseren dat het Franse en Britse huishoudboekje er nog veel
slechter voor staat, en dat Franse en Britse banken ook dit soort enorme bedragen hebben uitstaan in de PIIGS landen, dan is het duidelijk dat de financiële situatie in de EU eigenlijk hopeloos is.
De Debt Trap
Op het moment dat ik dit schrijf volgen berichten elkaar op dat zowel PIIGS landen als
“gezonde” landen steeds meer rente moeten betalen om nog geld van de kapitaalmarkten te krijgen. Iedere keer als ze een beroep doen op de kapitaalmarkten, moeten ze dus meer rente betalen, waardoor het (vooral voor de PIIGS-landen) alleen maar moeilijker wordt om te besparen.
De PIIGS landen komen zodoende terecht in zogenaamde “debt trap” ofwel schuldenval.
Daar is sprake van als je continue een begrotingstekort hebt (dus ieder jaar meer uitgeeft dan er binnenkomt), en als tegelijk het rentepercentage op de staatsschuld hoger is dan de economische groei (dus als extra inkomsten als gevolg van economische groei meer dan opgesoepeerd worden door de rentelasten).
Om het concreet te maken: een gewoon gezin zit in een “debt trap” als het ieder jaar meer uitgeeft dan er binnenkomt ( dus continue in de schulden zit) én als de rente op die
schulden hoger is dan de salarisverhoging die dit jaar wordt genoten.
Onoplosbare schuldproblemen leiden tot geldcreatie
De Europese Centrale Bank (ECB) heeft een maand geleden aangekondigd dat een bedrag
van 750 miljard euro is gereserveerd om staatsobligaties op te kopen van Eurolanden die
in de problemen zitten. Dat geld moet ergens vandaan komen. Nu kan men dat nog
grotendeels financieren omdat banken grote sommen geld tijdelijk op hun ECB-rekening
parkeren. Als de ECB die staatsobligaties straks echter dreigt te moeten afwaarderen, dan is er maar één mogelijkheid om dit te financieren. En dat is geldcreatie.
Daarbij verwachten wij dat politici bij opspelende schuldproblemen steeds meer druk
zullen uitoefenen op de ECB om dit soort opkoopprogramma’s uit te breiden, dus om meer euro’s te creëren. Dit omdat het historisch gezien altijd zo is geweest dat politici en centrale bankiers het creëren van geld als enige uitweg zien, zodra de financiële problemen ze boven het hoofd groeien.
En dat de financiële problemen de politici boven het hoofd groeien is iets wat 100%
duidelijk is voor iedere oplettende burger die de moeite neemt om de cijfers te bekijken en daar de huidige bezuinigingplannen tegen af te zetten.
Conclusie We gaan forse inflatie krijgen!
Voor degene hier op Forexfox die niet weten wat inflatie is

, inflatie is niets anders dan dat de totale hoeveelheid euro’s in omloop stijgt. Omdat (simpel
gezegd) het totale aantale goederen in de wereld gelijk blijft, daalt de waarde van een euro, ofwel stijgt vanuit het oogpunt van de euro-bezitter de prijs van een goed. Die inflatie hoeft niet (alleen) tot uiting te komen in prijsstijgingen van gewone goederen, maar kan ook tot uiting komen in stijging van de prijzen van onroerend goed en/of beursgenoteerde aandelen.
Inflatie is dus het stijgen van de hoeveelheid euro’s in omloop.
De daarop volgende prijsstijgingen zijn slechts het gevolg van inflatie.
Andere zaken die prijsstijgingen zullen veroorzaken
De Chinese Renminbi is op dit moment gekoppeld aan de dollar. Het kan niet anders, of
die koppeling zal vroeg of laat zal worden losgelaten, waardoor de koers van de Renminbi structureel zal stijgen ten opzichte van de dollar én ten opzichte van de euro. Dit omdat het Chinese huishoudboekje er veel gezonder uitziet dan het Amerikaanse en Europese, en dus de Chinese munt fundamenteel sterker is. Een gevolg daarvan zal zijn dat alle producten die uit China onze kant opkomen, navenant duurder worden. Kijkt u maar eens om u heen in uw dagelijkse leven. Kijk naar uw kleding, uw schoenen, uw computers, telefoons, etc. Als de Renminbi 10% stijgt ten opzichte van de Euro, dan
zullen de prijzen van al deze producten in Euro’s meestijgen.
Bijkomend probleem voor westerse consumenten is dat de
lonen in China nu al
fors aan het stijgen zijn. In combinatie met een sterkere Renminbi geeft dat een
dubbel effect.
Olie zal op termijn in prijs stijgen. Er worden dagelijks 85 miljoen vaten olie verbruikt,
terwijl er geen grote, gemakkelijk te ontginnen olievelden meer worden gevonden. De
kostprijs van het winnen van olie op moeilijkere plaatsen, wordt nu geschat op $70 per vat. De olieprijs zal daarom waarschijnlijk niet meer voor langere tijd onder de $70 komen, terwijl de vraag naar olie in 2030 naar verwachting 45% hoger zal zijn dan vandaag.
Ofwel: over 20 jaar moeten er dagelijks 123 miljoen vaten olie worden geproduceerd om de olieprijs gelijk te houden. Dat is natuurlijk onhaalbaar.
Verder zorgt de groeiende Aziatische welvaart ervoor dat de vraag naar
landbouwgrondstoffen structureel zal stijgen, terwijl de grote Aziatische behoefte om
te investeren in economische infrastructuur ervoor zorgt dat de vraag naar industriële
grondstoffen structureel zal stijgen. Forse tijdelijke dalingen van olie en grondstofprijzen zoals we eind 2008 en begin 2009 zagen, kunnen best weer voorkomen als er op de financiële markten weer eens paniek uitbreekt, maar doen niets af aan de hierboven vermelde lange termijn trends.
Conclusie: We krijgen de komende jaren te maken met forse prijsstijgingen, terwijl er geen geld zal zijn om salarissen navenant te verhogen.